Sociaal emotionele ontwikkeling

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Eén van de factoren die een negatieve invloed kan uitoefenen op het functioneren van de hoogbegaafde leerling is
de sociaal-emotionele ontwikkeling. De sociale ontwikkeling betreft de manier waarop een kind leert omgaan met anderen en met de manier waarop deze anderen hem benaderen. Vragen als ‘Wat verwacht ik van de andere?’ en ‘Wie ben ik in relatie tot mijn klasgenoten?’ spelen hierin een belangrijke rol. De emotionele ontwikkeling van het kind berust op vragen als ‘Wie ben ik?’ en ‘Waar wil ik naartoe?’. Antwoorden op deze vragen kunnen gevonden worden door zichzelf in relatie tot de omgeving te bekijken. Emotionele ontwikkeling houdt in dat het kind zich emotioneel zo weet te ontwikkelen dat het emoties vertoont die passend zijn bij de omstandigheden en zijn leeftijd. Algemeen kan gesteld worden dat de sociale en de emotionele ontwikkeling alleen optimaal is als het kind zich bevindt in een omgeving met ontwikkelingsgelijken.

Veel hoogbegaafde kinderen kennen een normale ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied. Als er rekening wordt gehouden met hun mogelijkheden en als het onderwijs hieraan wordt aangepast hoeven zij niet vaker sociale en emotionele problemen te ervaren dan normaalbegaafde kinderen.
Extreem hoogbegaafden lopen wel een verhoogd risico om sociale en emotionele problemen te ontwikkelen. Zij hebben weinig mogelijkheden tot spiegeling aan ontwikkelingsgelijken en kunnen hierdoor het gevoel ontwikkelen dat ze anders zijn. Hierdoor wordt het ontwikkelen van een reëel en positief zelfbeeld lastig. Omdat deze kinderen door hun hoge intelligentie vaak praten over andere onderwerpen dan hun klasgenoten lopen ze het risico om buitengesloten en gepest te worden. Door hun perfectionistische houding hebben ze bij het minste falen het gevoel niets waard te zijn. Deze kinderen kunnen ook een groot rechtvaardigheidsgevoel hebben en overgevoelig zijn voor het leed van anderen en voor opmerking van klasgenoten. In gedrag kunnen sociaal-emotionele problemen zich uiten in het zoeken van contact met oudere kinderen of zelfs het vermijden van contacten met andere kinderen. Hiernaast kan de leerling zich ofwel opstandig of eerder teruggetrokken gedragen.

Er zijn veel hoogbegaafde kinderen waarbij de sociale en de emotionele ontwikkeling niet gelijk opgaat met de cognitieve ontwikkeling. Vaak wordt er bij deze kinderen dan uitgegaan van een sociaal-emotionele achterstand. Een meer positieve benadering waarbij er vastgesteld wordt dat het kind een cognitieve voorsprong heeft en verder volgens zijn leeftijd functioneert is een betere benadering.

Hoe kan je als leerkracht omgaan met de sociale en emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen?

Hoogbegaafde leerlingen met een cognitieve voorsprong verdienen extra aandacht. Er moet aandacht besteed worden aan het klasklimaat en de houding tegenover de hoogbegaafde leerling. Om pesten en isolatie te vermijden is het belangrijk dat er bijvoorbeeld door middel van een klasgesprek aandacht gaat naar deze problematieken en naar de gevoelens van de leerlingen. Door de leerlingen waarden als respect voor anderen en verdraagzaamheid bij te brengen kan de manier waarop de klasgenoten de leerling benaderen verbeteren. De leerkracht vervult hierbij een belangrijke functie. Het stellen van voorbeeldgedrag waarin de gelijkwaardigheid van alle leerlingen wordt benadrukt, kan bijdragen tot het verminderen van pestgedrag en tot de aanvaarding van de hoogbegaafde leerling in de klasgroep. Soms kan het aangewezen zijn dat de leerkracht een individueel gesprek heeft met de hoogbegaafde leerling waarin de gevoelens, verwachtingen en frustraties worden besproken.
De hoogbegaafde leerlingen in contact brengen met ontwikkelingsgelijken en hen de mogelijkheid geven samen een activiteit(bijvoorbeeld filosofische gesprekken, gezelschapsspelen, projecten,…) uit te werken draagt bij tot de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling. Dit contact met andere hoogbegaafde leerlingen kan zorgen voor een grotere motivatie bij de leerling om goed te presteren en kan bijdragen tot een positieve ontwikkeling van hun zelfbeeld. Het is belangrijk om deze kinderen ook buiten de schooluren in contact te brengen met andere begaafden. De invulling van de vrijetijdsbesteding (bijvoorbeeld bibliotheekbezoek, lidmaatschap van de teken- of muziekschool,…) kan hiertoe bijdragen.
Het is belangrijk dat je als de leerkracht de hoogbegaafdheid van de leerling erkent en hen ondersteunt en aanmoedigt om goed te presteren. Al te vaak wordt de motivatie en het enthousiasme van het kind onderdrukt. Dit kan leiden tot demotivatie, onderpresteren en verveling. Er moet een rijke leeromgeving aangeboden worden: geschikte, uitdagende materialen, een passende begeleiding en aanmoediging. Wordt hier niet of te weinig aandacht aan besteed dan is de kans op het ontwikkelen van faalangst, een negatief zelfbeeld en later complete aversie ten opzichte van de school zeer groot.

Al deze intiatieven vereisen een goede samenwerking tussen leerkracht en ouders. De thuissituatie kan immers ook een grote invloed uitoefenen op de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Het is belangrijk dat leerkracht (eventueel zorgleerkracht) en ouders samen de aanpak bespreken en elkaar op de hoogte houden van eventuele problemen/successen.

Belangrijk hierbij is dat leerkrachten’/ ib’ers en ouders elkaar serieus nemen en open gesprekspartners blijven. Indien school en of ouders enkel en alleen overtuigd raken van hun eigen gelijk is de kans groot dat de communicatie gaat ontaarden in een stijd om behalen van het gelijk. Een strijd die niet ten goede van het kind komt en in de meeste gevallen zal eindigen in een voor ouders en kind noodgedwongen moeten zoeken naar een andere school.

Scholen kunnen door het serieus blijven nemen van de ouders en hun gevoelens over hun kind een belangrijke bijdrage leveren aan het gangbaar houden van de communicatie omwille van een juiste begeleiding en tot standkoming van een veilige en leerzame plek voor de leerling binnen de school.
Ouders zullen van hun kant moeten begrijpen dat leerkrachten en scholen zich moeten conformeren aan een door de politiek gevormd en gestuurd onderwijssysteem, een onderwijssysteem (het nieuwe leren) dat zich wellicht de laatste jaren teveel heeft toegespits op “het grote gemiddelde” met diverse “vangnetten” als PGB’s speciaal onderwijs en ambulante begeleiding voor de kinderen die aan de ‘onderzijde’ uitvallen of dreigen uit te vallen. Hulp en financiële ondersteuning voor kinderen die aan de ‘bovenzijde’ uitvallen of dreigen uit te vallen is nog niet/nauwelijks beschikbaar. Zo worden bijvoorbeeld nog steeds geen Pgb’s toegekend aan hoogbegaafde kinderen. Kinderen waarvoor extra begeleiding zou moeten kunnen worden ingekocht.

Diverse op hoogbegaafdheid initiatief tonende scholen en zeer bereidwillende leerkrachten kunnen door het ontbreken van bijvoorbeeld geld in de vorm van pgb’s vaak niet datgene bieden wat ze de leerling zouden willen bieden.
Toch lijken steeds meer scholen hoogbegaafdheid te gaan Herkennen en Erkennen en zich te willen gaan profileren als Hoogbegaafdheids Profiel school.
Deze profilering, onstaan van Leonardoscholen en beschikbaar stellen van geld
(10 miljoen van staadssecretaris Sharon Dijksma) lijken een zet in de goede richting te gaan geven.

Helaas gaat de eventuele omvorming van het onderwijssysteem ‘het nieuwe leren’ (zie rapport Dijselbloem onder artikelen)
niet van de één op de andere dag. Mocht een verdere samenwerking tussen ouders en school door welke reden ook onmogelijk zijn geworden en of verdere samenwerking niet ten goede van het hoogbegaafde kind zijn, dan is het de ouders zeer aanbevelingswaardig op zoek te gaan naar een zich inmiddels als ‘hoogbegaafdheids profielschool‘ geprofileerde school