Signalen

Er zijn veel kenmerken te noemen die bij beelddenkers vaak voorkomen. Maar omgekeerd kun je niet stellen dat een kind alle kenmerken heeft als het een beelddenker is. Hoewel beelddenkers een voorkeur hebben voor visueel denken, zijn er vele beelddenkers die een goed gevoel voor taal hebben. Daarnaast zijn er ook die dat helemaal niet hebben. Vooral de laatste groep beelddenkers krijgt vaak lees- en/of spellingproblemen op school.

Al in een heel vroeg stadium van de ontwikkeling van beelddenkers zijn er algemene kenmerken te signaleren, die wijzen op een grote mate van beelddenken:

Algemene kenmerken bij Beelddenken

• Over het algemeen maken beelddenkers een slome/trage, soms afwezige indruk, doordat ze een naar binnen gekeerd gedrag vertonen. Hun werktempo is vaak lager dan gemiddeld, omdat ze steeds weer moeten vertalen (van taal naar beeld en van beeld naar taal). Daarentegen is het werktempo bij handelen/reageren vaak opvallend hoog.

• Ze hebben moeite om zich aan regels te houden.

• Ze hebben vaak woordvindingsmoeilijkheden, doordat ze het woord niet bij het beeld kunnen vinden. Daardoor vervallen ze vaak in het gebruik van woorden als “dinges”, “je-weet-wel” of “die/dat”. Op latere leeftijd omzeilen ze vaak dit probleem door een beschrijving te geven van hetgeen ze bedoelen. Ook gebruiken ze synoniemen voor het woord dat ze zoeken. Hoewel het dan niet helemaal klopt wat ze vertellen, kunnen mensen het wél begrijpen.

• Ze vertellen maar voor weinig mensen op een begrijpbare manier. Dat komt door de woordenschat die ze gebruiken en het vertalen van de beelden (ordening van tijd). Er zit geen begin en geen eind aan een verhaal.

• Ze komen vaak kinderlijk over. Ze zijn langer afhankelijk van hun ouders, omdat die ze wegwijs moeten maken in de wereld buiten hun denkwereld.

• Ze hebben moeite met volgorde en tijd, omdat in hun hoofd altijd alles tegelijkertijd aanwezig is. Volgorde is daarbij niet van toepassing.

• Ze kunnen “links” en “rechts” moeilijk onderscheiden.

• Ze hebben wisselende (school)prestaties.

• Ze kunnen op bepaalde momenten inzicht tonen en op andere momenten juist weer niet. Hierdoor krijg je het idee dat ze veel meer aankunnen dan uit hun prestaties blijkt.

 

Kenmerken per leeftijdscategorie

Peuters en kleuters

Verschillende leeftijdscategorieën hebben specifieke kenmerken. Voor peuters en kleuters die beelddenken, zijn de volgende specifieke kenmerken te signaleren:

• Peuters en kleuters komen vaak laat tot spreken. En hun manier van spreken blijft vaak lang gebroken. Ze spreken volgens een eigen ontwikkelde woordenschat, doordat ze de gehoorde taal aanpassen aan hun beelden. Woorden worden zodanig vervormd dat er een beeld bij gevormd kan worden. De kinderen voegen een persoonlijke betekenis aan het woord toe en spreken daarbij veelal binnensmonds.

• Ze vertonen paniekreacties en/of driftbuien, als ze onverwacht gestoord worden in hun spel.

• Ze hebben problemen bij het automatiseren van bepaalde motorische vaardigheden (bijvoorbeeld bij leren lopen, evenwicht bewaren, leren fietsen en eten met mes en vork).

• Ze hebben een vertraagde (óf te snelle) reactie op dingen die gezegd worden.

• Ze hebben een voorkeur voor intensieve spelactiviteiten (vooral voor constructiemateriaal en rollenspelen).

Basisschoolleerlingen

Voor basisschoolleerlingen die beelddenken, zijn de volgende specifieke kenmerken te signaleren:

• Basisschoolleerlingen hebben een taalachterstand opgebouwd. Taal is voor hen niet het communicatiemiddel. Door gebaren, wijzen, voordoen of tekenen kunnen zij zich makkelijker uiten. Daar vloeit uit voort dat ze vrij zwijgzaam zijn.

• Ze vertellen alles met weinig woorden. Want ze hebben in hun hoofd alles al gezien en sommige woorden hebben voor hen (in beelden) geen betekenis. Ze maken korte, onvolledige zinnen. Sommige stukken van hun verhaal zullen deze kinderen weglaten, omdat ze denken het al verteld te hebben.

• Ze kunnen hun gedachten heel moeilijk verwoorden. De hoeveelheid informatie in hun hoofd is niet altijd even snel te vertalen in spreektaal. Antwoorden laten daardoor vaak langer op zich wachten. Daardoor komen deze kinderen vaak stil en verlegen over.

• Ze hebben problemen met het opvolgen van instructies. Vaak hebben deze kinderen geen beeld bij wat er van ze verwacht wordt, waardoor ze de instructie niet begrijpen. Ze krijgen ook vaak te veel informatie in één keer, waardoor bij de verwerking in hun hoofd het idee ontstaat dat ze alles wat ze gezien hebben ook al gedaan hebben. Na één ding gedaan te hebben, menen ze met alles al klaar te zijn. Ook is het moeilijk alle informatie te ordenen en op volgorde van tijd uit te voeren.

• Ze nemen de dingen die aan hen verteld worden (of die ze lezen) vaak letterlijk op. Ook al is de betekenis ervan niet letterlijk. Ze zien dingen precies zo voor zich als ze verteld worden. Mopjes met synoniemwoorden gaan aan hen voorbij. Ze zien maar een van de mogelijkheden en snappen de lol dus niet. Spreekwoorden, uitdrukkingen en overdrachtelijk taalgebruik zijn een probleem!

• Ze hebben een zwakke concentratie, omdat ze alle geluiden om hen heen willen “zien”.

• Ze dromen vaak weg in hun eigen verhaal/beeld. Het lijkt of ze niet opletten, maar het «overkomt» ze.

• Ze kunnen problemen niet goed analyseren. Het geeft problemen als ze zaken voor zichzelf op een rijtje moeten zetten en/of structuur moeten aanbrengen (agenda, huiswerkplannen, enzovoort).

Positieve kenmerken

Hoewel tot nu toe alleen de kenmerken van beelddenkers genoemd zijn die een negatieve invloed op hun leerprestaties hebben (of kunnen hebben), zijn er ook juist positieve kenmerken te noemen:

• Beelddenkers zijn erg inventief. Door hun manier van denken kunnen ze dingen heel snel doorzien en oplossen.

• Beelddenkers zijn vaak ontzettend creatief.

• Beelddenkers voelen dingen heel goed aan. Ze hebben een goed inlevingsvermogen en zijn sociaal bewogen. Daar tegenover staat wel dat ze heel sfeergevoelig zijn en moeite hebben met conflicten.

• Beelddenkers hebben een brede belangstelling en zijn doorzetters.

• Beelddenkers kunnen goed organiseren en leidinggeven, doordat zij het geheel overzien. Beelddenkers hebben een eigen kijk op situaties, hun gezichtspunten zijn onverwacht en ze zien vele facetten.

• Beelddenkers zien oplossingen waar anderen zich “blind” op staren.

 

 

Bron : Beelddenken in de praktijk (Anneke Bezem en Marion van de Coolwijk) Artikel Praxisbulletin januari 2003

 

Bureaubeeldvisie is erkend Beeld en Brein® trainer en Beelddenkonderzoeker
Het Boek Beelddenken in de praktijk is onderandere verkrijgbaar via Bureaubeeldvisie en/of één van de andere erkende
Beeld en Brein®
trainers
Boek Beelddenken in de praktijk
Een praktisch naslagwerk voor ouders en leerkrachten
ISBN : 90.808.754-1-4