Basisschool

Hoogbegaafdheid op de Basisschool

Herkenning >    Erkenning >   Begeleiding

Een veel voorkomende mening over hoogbegaafde kinderen is, dat zij op school wel aan hun trekken zullen komen en er vanzelf doorheen rollen. Ze hoeven zich immers nooit in te spannen, halen met gemak hoge cijfers en hebben plezier in het leren en het opdoen van nieuwe kennis.

Het beeld dat veel leerkrachten bezitten over hoogbegaafde kinderen die zelf om moeilijkere opdrachten en uitdagende spelmaterialen vragen, lijkt erg aannemelijk maar komt in de onderwijspraktijk sporadisch voor.

Hoogbegaafde leerlingen uiten hun talenten niet direct of vanzelfsprekend in de vorm van uitzonderlijke prestaties zoals het maken van een puzzel van 70 stukjes of het moeiteloos behalen van een hoger level bij een strategiespel.
De invloed vanuit een stimulerende omgeving is beslist noodzakelijk.

Een praktijkvoorbeeld van de leerkracht :
Binnen het thema van de onderwaterwereld wordt er in zijn groep 5 een voorgestanste en uit knipbare kijkdoos gemaakt. Allerlei vissen en onderwaterdieren kunnen worden uitgeknipt, ingekleurd en opgeplakt.
Verdieping is er voldoende aanwezig in het vervaardigen van een passende achtergrond en het maken van een 3D voorstelling van de onderwaterwereld in deze kijkdoos.
Bovendien valt er een prijs te winnen; toegangskaartjes voor de hele klas naar het Dolfinarium.

Motivationele aspecten vanuit het materiaal en de vorm voldoende aanwezig, zo schat deze leerkracht in. Maar het uiteindelijke resultaat van deze leerling valt tegen. Zijn kijkdoos is slordig ingekleurd, geplakt en afgewerkt en hij had het zeer snel in elkaar gezet. Dat viel tegen!

Waaraan valt dit tegenvallende resultaat te wijten? Er zijn verschillende hypothesen denkbaar waarbij in dit voorbeeld het materiaal en het lesaanbod op zich voor deze leerling niet voldoende uitdaging heeft geboden. waardoor hij minder is geprikkeld om er een eigen invulling en uitwerking aan te geven.
Het is belangrijk om structuur aan te bieden; ook bij het geven van verrijkende opdrachten!
Dit kan bereikt worden door: het materiaal wat aangeboden wordt ( de structuur zit in het materiaal zelf zoals bij breinpuzzels, kruiswoordraadsels) in de vorm waarop het aangeboden wordt (de context, een spel, een matrix of schema), in de inhoud (devraagstelling bijvoorbeeld) en in de manier van samenwerken.

Bij het punt van samenwerking dient niet alleen de nadruk gelegd te worden op het samen werken aan een opdracht of
onderwerp met een medeleerling maar is het óók belangrijk om te investeren, door de leerkracht en/of IB- er, in de relatie met deze leerling.

Daarnaast werd er wellicht meer aandacht geschonken aan het uiteindelijke product [de kijkdoos] dan aan het proces om te komen tot een eigen ontwerp. Het punt is dat hoogbegaafde leerlingen een heel goed beeld van de werkelijkheid bezitten maar dit nog niet kunnen uitbeelden of verwerken in een (voor hen)voldoende waarheidsgetrouwe kopie van de werkelijkheid als resultaat. En omdat deze leerling van tevoren bedenkt dat het uiteindelijke product afwijkt van die werkelijkheid, kan hij het laten afweten.

 

HERKENNEN VAN HOOGBEGAAFDHEID

Een veelgestelde vraag tijdens informatiebijeenkomsten en bij begeleidingstrajecten is dan ook;

hoe kom je zo vroeg mogelijk een hoogbegaafd kind op het spoor?

Allereerst dient daarvoor een open blik nodig te zijn; zowel bij de individuele leerkrachten, dus op de werkvloer, als op beleidsniveau binnen de school. Er dient naast een gedegen kennis over hoogbegaafdheid en bijkomende zaken ook een duidelijk omschreven beleid op papier te staan over de onderwijszorg en de te geven begeleidingsmogelijkheden aan hoogbegaafde kinderen binnen de school. Daarbij moet er financieel geen belemmering zijn bij de aanschaf van benodigde materialen. Helaas ontbreekt het over het algemeen nog steeds aan parate kennis om hoogbegaafden van begaafde leerlingen te onderscheiden en over inzichten hoe met deze groep kinderen om te gaan.

Vaak worden de hoogbegaafden en hoogintelligente leerlingen samen gegroepeerd voor het volgen van een plus programma of bij projectwerk terwijl er een duidelijk onderscheid tussen deze twee groepen leerlingen is en kan worden gemaakt voor wat betreft het leerstofaanbod en de benodigde begeleiding.

Bij hoogbegaafde kinderen is er veelal sprake van een combinatie van gunstige persoonskenmerken met leereigenschappen die passen bij een hoog IQ van minimaal 130 en die het realiseren van een hoogbegaafd functioneringsniveau bevorderen.

Persoonskenmerken hoogbegaafden:

• Motivatie
• Creativiteit

Overige persoonskenmerken:

  • Hoge mate van autonomie
  • Zelfvertrouwen
  • Positief zelfbeeld
  • Vermogen tot reflectie
  • Sociale competentie

Hoogbegaafde leereigenschappen:

• Snel van begrip
• Leert met sprongen
• Benut samenhang
• Ervaart niet noodzaak memoriseren
• In staat tot abstracties
• Geneigd tot redeneren
• Brede algemene kennis
• Uitgedaagd door problemen

Het verschil tussen de twee groepen intelligente en begaafde kinderen zit in de aanwezigheid van persoonskenmerken. In potentie zijn deze persoonskenmerken aanwezig bij alle kinderen met een intelligentie op een hoogbegaafd niveau (bij een IQ meting boven 130).

Of een kind in staat is om dit potentieel tot uiting te laten komen in de vorm van uitzonderlijke prestaties is met nameafhankelijk van de combinatie van die persoonskenmerken met talenten op een of meer intelligentiegebieden. Daarnaast speelt de werkhouding, de motivatie en het creatief denkvermogen een grote rol.
Ook het vermogen tot reflecteren en het voort kunnen bouwen op eerder opgedane ervaringen en kennisbronnen is typerend voor hoogbegaafde leerlingen.

Hoogbegaafde leerling is gericht op :

• Vooruitgang boeken; hoger niveau behalen
• Analyseren van doel en de te volgen strategie
• Beheersingsniveau; spel gewonnen of opdracht behaald (doel)
• Proces gericht
• Een gemaakte fout geeft informatie
• Feedback is positief
• Moeilijke opdrachten zijn een uitdaging
• Zelfvertrouwen is gebaseerd op positieve inzet
• Leren door zelfsturing of samenwerking

 

Factoren die van belang zijn om hoogbegaafdheid tot uiting te kunnen laten komen

Model van Mönks

Mönks hoogleraar ontwikkelings psychologie (1995) onderscheidt naast de aanlegfactoren nog een drietal factoren die van invloed zijn op het tot uiting komen van hoogbegaafdheid. Deze factoren hebben betrekking op de invloed vanuit de omgeving van de leerling (gezin, school en vrienden).

Indien bovenstaande faktoren met elkaar in harmonie zijn kan de hoogbegaafdheid van de persoon / het kind tot uiting komen